Friday, 15 April 2011

Essay essay essay

'Mooiste woord in de Nederlandse taal' Essaywedstrijd helios 2011 Joris van Wouden

Ik vind Nederlands een lelijke taal.

Onze taal is niet van een decadente schoonheid voorzien zoals bijvoorbeeld het Frans of het Engels. Geen hautaine figuur dat voor het haardvuur met een whiskey of een goed glas wijn tegelijkertijd charmant en wijs aan het oreren is.

Nee, Nederlands is een taal die gesproken wordt door sigaarrokende snackbarhouders, mensen met afasie, fascistoïde cokesnuivers uit Volendam en/of alle bovenstaande. Het is een taal waarin de wansmaak zegeviert en dat is prachtig. De zelfkant van de esthetiek. Deze omarming van het iets-minder-mooie in het leven vind ik terug in Japanse Godzillafilms, gedichten van Vinkenoog, low-fi indiemuziek, Magnus Carlsen en de Nederlandse taal.

Maar genoeg over mij. De vraag is: wat is het mooiste woord in de Nederlandse taal? Overigens moet hierbij vermeld worden dat in mijn visie niemand kan vaststellen welk woord dat precies is, er zijn alleen meer en minder onderbouwde pogingen tot.

Voor ik echter een dergelijk oordeel vel is het nuttig om uit te zoeken wat een woord nou eigenlijk mooi maakt. Waarom zijn sommige aaneen uitgesproken klanken mooier dan andere? Uit gesprekken met mijn mede essayisten en een selectie van mijn vrienden heb ik een viertal soorten argumenten gedistilleerd die aangehaald kunnen worden als iemand een woord bestempeld tot mooiste in zijn soort.

Ten eerste kunnen wij het 'persoonlijke' woord onderscheiden. In zo'n geval begint het essay met een anekdotische vertelling over een woord; liefst uit de kindertijd, waarna men het bombardeert tot 'mooiste woord'. Wat deze groep vergeet is dat andere mensen al deze persoonlijke connotaties niet hebben. Het enige wat de schrijver hiermee bereikt is dat de lezer sympathiseert met de vertelling, maar niet met het woord zelf. Daar staat dan tegenover dat een woord best ook anekdotisch mag zijn; dat toont dat de schrijver er een band mee heeft. Echter: alleen een anekdotisch argument vind ik te zwak. Beter is een combinatie van verschillende argumenten.

Dat brengt ons meteen bij de tweede soort argumenten: het woord louter als weergave van de werkelijkheid. In een Nipo-onderzoek werd het woord 'liefde' uiteindelijk als mooiste bevonden. Niet omdat 'liefde' een mooi woord is, integendeel: het gaat hier niet om het woord zelf. Het gaat om de betekenis ervan die achter de letters schuilgaat. Niet het mooiste woord wordt dus verkozen, maar het mooiste idee. Natuurlijk is een prettig idee ook van belang, maar het voelt niet goed om alleen op basis daarvan het mooiste woord te kiezen, want een idee zegt over de esthetiek van het woord zelf niets.

Ten derde is er het woord als taalproduct; nu raken wij meer de kern van het woord zelf. Het gaat hier om woorden die verkozen worden omdat zij taalkundig grappig in elkaar steken. Een woord dat bij nadere inspectie op meerdere manieren te lezen is of een andere leuke gimmick heeft. Zoals het woord 'parterretrap' dat een palindroom is: er staat omgekeerd gelezen hetzelfde. Hoewel deze aanpak meer naar het woord zelf kijkt is een interessant woord nog geen teken van een esthetisch mooi woord. Battus en Drs. P. zullen het niet met mij eens zijn, maar ik vind dat dit wiskundige kijken naar taal de schoonheid ervan in de weg staat.

Het laatste argument, dat wat mij betreft als enige op zichzelf kan staan is de poëtische waarde. Kort door de bocht: sommige woorden zijn mooier dan andere, ook al betekenen ze hetzelfde. Met een voorbeeld uit het gedicht Endymion van Keats, dat ik ken uit de poëziebeschouwing De Glanzende Kiemcel van Vestdijk: “a thing of beauty is a joy forever” is volgens Vestdijk mooier dan de zin die hij bedacht: “a thing of beauty is a constant joy”. Waarom dit mooier is heeft voor Vestdijk vele redenen zoals metrum, uitspreekbaarheid en rijm. Maar Vestdijks belangrijkste reden is dat een woord zoals 'constant' niet in de poëzie thuishoort maar veel meer bij een wetenschappelijke verhandeling past. 'For ever' daarentegen spreekt tot de verbeelding en is niet zo klinisch vastgelegd als 'constant'. Vergelijk in het Nederlands 'voor eeuwig' en 'onafgebroken' voor een zelfde effect. Hoewel ik zelf, door mijn recalcitrante smaak eerlijkheids derhalve moet toegeven dat ik ‘onafgebroken’ ook heel erg mooi vind.

Verbeelding, connotaties, taalkundige aardigheidjes en achterliggende ideeën hebben allemaal invloed op wat een woord mooi maakt. Onderbewust uitten we de hele dag door waardeoordelen over woorden en ik heb met deze verhandeling de argumenten daarvan proberen te expliciteren. Het mooiste woord, voor mij, zou houvast moeten kunnen bieden aan al deze argumenten.

Maar goed: Ik heb nu nog driehonderdnegenenveertig woorden over om de keuze voor mijn woord te onderbouwen. Ik kan nu al vertellen dat dat problematisch gaat worden, niet alleen door het geringe aantal woorden dat ik hiervoor heb, maar omdat mijn gekozen woord eigenlijk helemaal geen mooi woord is.

Het woord dat ik wil aandragen is 'tegelijkertijd'. Geen ‘bliksem’, ‘hobbelpaard’ of ‘plastiekfabriek’. ‘Tegelijkertijd’ is een spreektaalwoord, een underdog in de mooiewoordenverkiezing. Het is op het eerste gezicht een onaantrekkelijk woord en hoort meer bij ‘constant’ dan bij ‘for ever’, wat ik juist één van zijn charmes vind. Tegelijkertijd heeft het woord iets ludieks in zich, het idee van een fanfare of optocht. Ik word fantastisch blij van het chaotische massale beeld dat het oproept. En dan de vorm van ‘tegelijkertijd’, prachtig. Allemaal kleine stukjes taal aan elkaar geplakt; het zit als een soort puzzeltje in elkaar. Als we de puzzel uit zijn doos halen en de afzonderlijke puzzelstukjes bekijken is het belangrijkste deel het woord ‘gelijk’. En ‘gelijkheid’ scoort dan weer, net zoals ‘liefde’, heel erg hoog in de mooie-ideeën-lijst. Simultaan heeft het ook een geweldig ritme, niet dat dreunende jambische uit bijvoorbeeld ‘desalniettemin’ (mooiste woord 2004: Onze Taal) maar een speels tam-tam-Pam-tam-Pam. Het woord ademt frivoliteit en gezelligheid uit.

En dan is er het persoonlijke verhaal. Ik gaf als kind al graag nieuwe uitspraken aan woorden om de betekenis te veranderen. ‘Uit zonder lijk’ bijvoorbeeld is vele malen spannender dan zijn origineel. Zo ook ‘Tegel-ijkertijd’. Dit is een dag in het jaar (waarschijnlijk in november) waarin stratenmakers de straat op gaan om de tegels opnieuw te ijken, gelijk te maken als het ware. Een beeld dat versterkt wordt door het originele woord; tegels ijken doe je niet alleen, maar met alle stratenmakers tegelijk; liefst in een optocht door de straten met veel muziek en acrobatenacts. Het woord 'tegelijkertijd' maakt het een heugelijke dag, in plaats van pure noodzaak.

Al deze dingen maken dat ik als ik het woord ‘tegelijkertijd’ tegenkom meteen begin te stralen. Als iedereen dit woord wat vaker zou gebruiken dan zou de wereld een betere plaats worden. Komaan: allemaal! Tegelijkertijd!

1 comment: